In ons werk als bewindvoerder komen we vaak schrijnende situaties tegen. Maar soms is er een casus die alles overstijgt. Een situatie waarin je voelt dat het systeem piept, kraakt — en uiteindelijk faalt.

Een van onze cliënten is een forensische zorgvrager, door de rechter veroordeeld tot een tbs met voorwaarden. Geen eenvoudige maatregel, maar bedoeld om recht te doen aan zowel de maatschappij als de zorgbehoefte van de persoon in kwestie. Helaas blijkt deze cliënt, mede door ernstige psychiatrische problemen en een verslaving, niet in staat om zich aan de gestelde voorwaarden te houden. Het gevolg? Ontslag uit de kliniek. Niet omdat hij “beter” is, maar omdat hij niet past in de voorwaarden van het systeem. Hij staat letterlijk op straat.

Als zorg stopt, blijft de bewindvoerder over

En daar begint het dilemma. Want wie pakt de draad op als de hulpverlening zich terugtrekt? Wie is er nog verantwoordelijk wanneer er niemand meer bevoegd of in staat is om iets te betekenen? In dit geval werd zijn vervuilde kleding – zijn enige bezit – simpelweg bij ons op kantoor afgeleverd. Want ja, de bewindvoerder blijft. Niet omdat wij er wettelijk toe verplicht zijn om ook psychische zorg te verlenen, maar omdat we mensen niet zomaar loslaten.

Dagelijks komt hij nu bij ons langs. Ons kantoor is zijn enige vaste contactpunt. We zijn geen zorginstelling, geen verslavingskliniek, geen GGZ-aanbieder – maar we zijn wel een gezicht, een mens, een deur die nog opengaat.

Een systeem zonder vangnet

Wij begrijpen de spanning in het systeem. De balans tussen vrijwilligheid en dwang, tussen rechten en plichten, tussen bescherming en zelfbeschikking. Maar dit is niet de bedoeling geweest. Het kan toch niet zo zijn dat iemand met zware psychische problematiek en middelenverslaving pas hulp krijgt op het moment dat het écht misgaat? Moet er dan eerst iets gebeuren? Iets onherstelbaars?

We willen niemand de schuld geven. De professionals in de kliniek, in de zorg en in het strafrecht proberen allemaal hun werk te doen binnen de grenzen van hun mandaat. Maar wij signaleren hier een structurele lacune. Een blinde vlek. Want als zelfs de psycholance uiteindelijk vertrekt omdat iemand niet vrijwillig instapt, en die persoon vervolgens weer verdwijnt op zijn fiets de anonimiteit in, dan laten we als samenleving iets fundamenteels liggen.

Wat zegt dit over onze samenleving?

Wij pleiten voor een systeem dat tussen wal en schip voorkomt. Een systeem dat ruimte biedt voor maatwerk, voor outreachend werken, voor samenwerking over domeinen heen. Waarbij niet alleen juridische of medische kaders leidend zijn, maar vooral menselijke waardigheid en veiligheid – ook voor de omgeving.

Als bewindvoerder doen we wat we kunnen. We blijven in contact. We blijven luisteren. We blijven proberen. Maar we kunnen dit niet alleen. Samenwerking tussen zorg, veiligheid en sociaal domein is essentieel om deze mensen niet volledig te laten verdwijnen in de marge.

Een oproep tot gezamenlijke verantwoordelijkheid

Deze cliënt is geen uitzondering. Hij is een voorbeeld. Een symbool van wat er mis kan gaan als we niet durven samenwerken buiten de lijntjes van onze eigen organisatie. Daarom vragen wij aandacht. Voor deze cliënt. Voor zijn situatie. Maar ook voor alle andere mensen die in stilte tussen de systemen vallen.

Als bewindvoerders blijven wij doen wat in onze macht ligt. Maar we hopen dat we het straks niet meer alleen hoeven te doen.